Torensluis (1648)

De Torensluis, de brug over de Singel bij de Oude Leliestraat, is een karakteristieke boogbrug, maar wel bijzonder breed. De oorzaak hiervan is dat op de brug een toren heeft gestaan, de Janroodepoortstoren (1616, gesloopt in 1829), met kerkers daaronder. De kerkers bestaan nog steeds, in het brughoofd. De balustrade heeft de standaard-18de eeuwse vormgeving.

Boogbruggen

Met de verregaande verstedelijking en de groeiende welvaart vindt een verstening plaats van de bruggen. Geleidelijk aan werden de houten bruggen vervangen door bakstenen welfbruggen, boogbruggen, met één of meer doorvaarten. Van oudsher worden stenen bruggen overigens "sluizen" genoemd (Torensluis, Lekkeresluis, enzovoort).

Bij de stenen welfbrug ligt het brugdek op één of meer gemetselde bogen ("gewelven") in de vorm van halve cirkels of ellipsen. De zo gevormde doorvaarten werden geaccentueerd met boogstukken van natuursteen. In tegenstelling tot de houten balkbrug zijn de onderbouw en bovenbouw tot één geheel versmolten: het vormt een architectonisch geheel.

Met de komst van de stenen welfbruggen deed ook het stedenbouwkundige ontwerp zijn intrede. De stenen welfbrug is stedelijker dan de louter functionele houten brug. Deze bruggen horen bij de straten en kaden en markeren het stadsbeeld en met name de grote stadsuitleg van 1610. Ze maken een integraal deel uit van de grachtengordel.

Dat de bruggen ook een stuk status vertegenwoordigden valt op te maken uit de kaart van Balthazar Florisz uit 1625, waarop de grote uitleg van 1610 goed is te zien. Alle bruggen over de Herengracht en de Keizersgracht zijn van steen, evenals die over de Brouwersgracht. De bruggen over de minder belangrijke Prinsengracht en alle bruggen in de Jordaan zijn in hout uitgevoerd.

Vanaf ±1860 werden veel boogbruggen vervangen door platte plaatbruggen. De verlaging en verbreding van vele bruggen veranderde het traditionele beeld van Amsterdam als stad van stenen boogbruggen ingrijpend. In de pers verschenen de eerste afkeurende reacties, gepaard aan pleidooien voor behoud van de oude bruggen. Bestonden er ±1800 nog 96 houten en 90 stenen bruggen, in 1875 waren de aantallen teruggelopen tot resp. 48 en 68. In de Tweede Wereldoorlog waren de aantallen gedaald tot resp. 3 en 15. Het lijkt wel of iets van de negatieve reacties van toen tot in de recente tijd heeft doorgewerkt; in de periode 1945-1982 werden tientallen plaatbruggen weer vervangen door karakteristieke boogbruggen. Dit onderstreept het belang dat gehecht werd aan de rol van dit brugtype in het stadsbeeld. Hieraan ontleent vooral de binnenstad nog steeds een groot deel van haar charme.

Bron: bureau Monumenten & Archeologie, Amsterdam